Het Grote Studeren is begonnen
Ik ben een student en ik vermaak me wel. Ook al heb ik slechts twee lesdagen achter de rug, ze voelen aan als voorbodes van een mooi jaar. Dat ligt vooral aan de klas, waarvan ik de helft tijdens het introkamp van vorige week goed heb leren kennen. Het zijn fijne, toffe mensen.
(Alhoewel de kampgangers vooraf vreesden dat de niet-kampgangers buiten de groep zouden vallen, viel dat ontzettend mee. Een enkeling moet nog aansluiting vinden bij de groep; ik gok erop dat de groepsintensieve opdrachten in de lessen dit kunnen bevorderen.)
De voorkeuren van de leerlingen, de afkomsten, de toekomstbeelden, de leeftijden, de bezigheden zijn zo divers dat de klas juist met het oog daarop samengesteld lijkt te zijn. Het maakt de groep interessant en het is leuk om met individuen te praten. Over wat ze deden, over wat ze willen doen, over hun ervaringen. Ik merk daardoor dat ik losser word en dat ik gemakkelijker over mezelf praat. Ikzelf praat bovendien gemakkelijker met anderen. Dat heb ik nodig tijdens deze studie, daarmee kan ik slagen.
Het wordt een mooie tijd.
De reis
We namen de auto naar Spanje. Niet onze eigen auto, want die is te klein. We gebruikten die van de vrienden van mijn ouders: een grote, ruime Peugeot. Vorig jaar hadden we nog zelf een grote auto tot onze beschikking, maar die sneuvelde op de terugweg van 'n reisje naar Keulen. Stress, een lichtere portemonnee en een extra 'vakantiedag' waren de gevolgen en dat leverde toch een licht trauma op. "Als het deze keer maar goed gaat..." Gelukkig verliep de terugreis deze keer zonder problemen en was twee dagen in de auto zitten best uit te houden, mede dankzij de nodige stops, genoeg water en eetwaar en een hotelletje tussendoor. En door de herinnering aan 'n heerlijke vakantie.
Ik wil terug
We zijn sinds gisteravond weer thuis, maar ik blijf deze week nog doorgaan met dagelijkse impressies van mijn vakantie en alles daaromheen. Ik miste Spanje namelijk meteen toen we weer in Nederland aankwamen; mijn eerste woorden waren dan ook "Ik wil terug". Die roep werd versterkt toen we gingen eten bij een Van der Valk-restaurant dat in niets aan Spanje deed denken. Het was me allemaal net even te chique, te duur en te langzaam. En er was geen Fanta Lemon te krijgen, mijn meest gedronken Spaanse drankje.
In datzelfde restaurant uitte ik nog een keer mijn kreet toen ik hoorde dat er hoogstwaarschijnlijk een rechts kabinet komt en dat Ajax van Twente had verloren. Ik wil terug.
Spaans eten is en blijft heerlijk
We zijn toe aan de laatste dag hier. Als ik iets ga missen, is het 't Spaanse eten wel. Ik houd van paella (maar niet de versie met konijn omdat ik - hoe hypocriet ook - dat zielig vind). Ik houd van calamares (een flauw grapje: helemaal als-ie Paul heeft geheten). Ik houd van tortilla (gelukkig maakt mijn vader dat thuis ook met enige regelmaat). Ik houd van boquerones fritos (met graat en al). Ik houd van churros (vooral bij het ontbijt). Overal wat van pakken tijdens de maaltijd, pas laat op de avond eten, ook dat zijn tradities waar ik blij van word. En als je na elke maaltijd de rekening ziet, blijft dat gevoel nog wel even hangen.
Terug van weggeweest
We zijn drie jaar geleden op dezelfde camping geweest, hier in Spanje. Toen waren we met familie en 'net-niet'-familie (d.w.z. de familie van een aangetrouwde – en ondertussen weer gescheiden – tante). De herinneringen aan die vakantie waren zodanig dat we dit jaar besloten weer hierheen te komen, nu enkel met z'n vieren. Hoewel ik de reisgenoten af en toe wel mis – ik ben bijvoorbeeld niet van plan in m'n eentje naar de campingdisco te gaan – is het nog steeds een leuke plek om je vakantie door te brengen. De twee zwembaden zijn fijn, het strand is op loopafstand en het merendeel van de toeristen komt uit het eigen Spanje. Daardoor zijn er geen taferelen als bij de welbekende badplaatsen – met Nederlandse cafés en hordes landgenoten. Iets waar we totaal niet op zitten te wachten.
